|
Op de wandpijler rechts van het kapelletje dat thans gewijd is aan St. Jozef, bevindt zich een slechts gedeeltelijk bewaarde muurschildering, 3.3 meter hoog en 1.4 meter breed. De schildering diende oorspronkelijk als achtergrondschildering van een verdwenen heiligenfiguur. De plaats waar het beeld stond herkent men aan de zwarte achtergrond. De heilige stond onder een baldekijn in de vorm van een tent met afhangende lederen lobben en werd vergezeld door vier engelen, gekleed als diaken, met snaarinstrumenten.132 Aangezien in de nabijheid van de schildering oorspronkelijk een altraar gestaan heeft dat gewijd was aan de heilige Cecilia, betrof het hier waarschijnlijk een voorstelling van deze heilige.133 De schildering is in olieverf uitgevoerd en toont duidelijk een renaissance stijl. Een voorzichtige datering rond 1600 lijkt zeer aannemelijk. | 106 |
| Noten | |
| 132. | Een dergelijke tent ziet en bijvoorbeeld op het schilderij van Rafaël, 'De Madonna del Baldachino' (thans Palazzo Pitti te Florence), gedateerd 1506. |
| 133. | Mosmans o.c. (noot 21), p. 355; Peeters o.c. (noot 1), p. 316 |
Paul le Blanc, Kerk in kleur (2002) 106
|
Op de wandpijler rechts van het kleine Sint Josephkapelletje bij het zuidtransept bevindt zich het groene veld met figuratie, dat door J. Kocken in 1965 al ten dele blootgelegd was en in 1980 geheel tevoorschijn gebracht is. Het is de achtergrond geweest van een geschilderde heiligenfiguur onder een baldakijn in de vorm van de kap van een paviljoen of veldheerstent zoals dat in de 16de en vroege 17de eeuw wel voorkomt als overhuiving van heiligen op schilderijen, kegelof koepelvormig met afhangende lobben (een lederen franje). De heilige zelf heeft slechts een schim achtergelaten, in lang gewaad, maar wordt vergezeld door kleurige figuurtjes: vier engelen, als diaken gekleed, met muziekinstrumenten. Misschien gaat het hier om een voorstelling gewijd aan de heilige Caecilia, wier altaar in de nabijheid stond.126 | 316 |
| Noten | |
| 126. | Een altaar ter ere van het Heilig Kruis, St. Olav en St. Caecilia stond meer noordwestwaarts, tegen de zijbeukpijler, en was met een beeld van St. Olav getooid. Wellicht moest St. Caecilia, patrones van het zangersgilde, daarom ‘uitwijken’ naar de muur. Over dat altaar: Mosmans 1931, 335; Schutjes, 193 en 196: kanunnik Balthasar de Bont liet in 1600 bij dit altaar zes Latijnse disticha (een distichon is een volledige zin in twee versregels) ter ere van St. Caecilia plaatsen. Geschilderd of als tekstbord? Een schildering of beeld van deze heilige wordt nergens vermeld. |
C. Peeters, De Sint Janskathedraal 's-Hertogenbosch (1985) 316
Paul le Blanc, Kerk in kleur (2002) 106
C. Peeters, De Sint Janskathedraal 's-Hertogenbosch (1985) 316